

De roodbontfokkerij van Teun
Vreugdenhil
Augustus 2002. Ik was op de KWPN-premiekeuring in Nijkerk.
Toenmalig VRV-lid Wim van de Leest uit Garderen was er ook.
Hij zocht me op, om me in kennis te brengen met het echtpaar Vreugdenhil uit
Putten, die wilden starten met de Verbeterd
Roodbontfokkerij.
Dat was het begin, en nu: mei 2008 schrijf ik een verhaal over wat er in die zes
jaar allemaal van gekomen is. En dat is nogal wat.
Eerst even wat over de achtergrond
van de familie Vreugdenhil.
Ze komen uit het Westland, uit De Lier. Daar hebben ze een transportbedrijf
(gehad), dat nu is overgenomen door de
volgende generatie. ‘Maar,’ zegt Teun, ‘het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Toen hij in het bezit kwam van een boerderij, ging hij roodbont vleesvee houden
en ook nog een tijdlang ongeveer vijftig melkkoeien.
Daarnaast is hij altijd fervent liefhebber geweest van aangespannen rijden,
eerst met Friezen, later met KWPN-paarden. Op een gegeven moment werd de
behoefte om het drukke leven en de drukte in het westen wat achter zich te
laten, steeds groter.
Ze zochten en vonden in de bosrijke omgeving van Putten een prachtige plek om te
wonen en om de hobby’s uit te oefenen. Dat wil zeggen, géén aaneengesloten groot
bedrijf, maar wel op betrekkelijk korte afstand een aantal geschikte percelen
grasland, temidden van de bossen. Wat Teun ook vond was een aantal (rustende)
veehouders, die bereid waren ’s winters een aantal van zijn dieren te stallen en
te verzorgen.
Al met al bestond de veestapel (inclusief twee stallen bij het woonhuis) op een
gegeven moment uit ongeveer 180 dieren. In de loop van een paar jaren waren er
bij bekende en minder bekende fokkers en handelaren heel wat dieren aangekocht.
Dit waren gedeeltelijk zeer goede kwaliteitsdieren en voor een ander gedeelte
wat gewone, waar hij soms wel ‘handel’ en soms wel ‘fokkerij’ in zag. De tijd is
nu aangebroken, dat er behoorlijk zwaar geselecteerd kan worden, om op die
manier het aantal dieren terug te brengen tot ongeveer honderd. De
kwaliteitsopbouw van de veestapel heeft een niet geringe stimulans gekregen van
een paar ingezette stieren, die het (met name in één geval) boven verwachting
goed gedaan hebben. Die eer komt vooral toe aan Dennis van de Westhoeve, een
zoon van Carindo (m.v. Red Power). Hij was voorafgegaan door de zeker niet
onverdienstelijk gefokt hebbende Jarno van de Westhoeve (Clarinus maal Red
Power).
Verder is gebruikt Tim, een zoon van Wilbert uit een aangekochte koe van Marcel
Quartel. Recente aankopen zijn: Jacob ( Jacob’s Juweel maal Ferry C), gefokt
door Jan Berg, en verder nog een paar
jonge stieren van Jutten Dalfsen, Bunt Dodewaard en nog een keer Quartel.Dennis
van de Westhoeve maakte met zijn fokkerij bij Vreugdenhil zoveel indruk, dat
Evert Verwoert uit Opheusden hem nu in zijn eigen stal kansen geeft.
De eerste ‘kennismaking’ was tot stand gekomen door stierkalveren, geboren op de
Vreugdehoeve, die terecht kwamen in de meststal in Opheusden. De opvallende
kwaliteit van een aantal van hen brachten Verwoert op het spoor van Dennis. Hij
roemt niet alleen de superfijne kwaliteit van zijn afstammelingen, maar ook het
karakter en het beste beenwerk.
Teun geniet enorm van zijn Verbeterd Roodbontfokkerij. Een paar van zijn
gevleugelde uitspraken: ‘veel mooier dan televisie’ en
elke geboorte is een verrassing.
De grote uitdaging voor de komende tijd is de juiste selectie toepassen en het
consolideren van de kwaliteit, die bereikt is. Als je wat bereikt hebt, wordt de
te volgen weg steeds moeilijker. Welke combinaties maak je en welke maak je
juist niet!
Nog een uitspraak: ‘Een stropdas kan het soms mooi vertellen, maar ik blijf wel
mijn eigen kop volgen.’
Als het aan Teun ligt, zullen we vast nog vaak van de fokkerij op de
Vreugdehoeve horen. We wensen hem en zijn vrouw veel woon- en fokkerijplezier
toe aan de Poolse Rondweg en wijde omgeving.
Adrie van Gent
